Na zo'n anderhalf jaar onenigheid over de in- en uitstroom van ons gezamenlijke geld, kwamen wij vorige maand op een fan-tas-tisch idee: huishoudgeld. Een smak geld op mijn rekening (ik blij), waar ik een maand de boodschappen van mag doen (hij blij). Geen gezucht meer van manlief bij het beschouwen van de ING-afschriften. Geen zielig gezicht meer van mijn kant omdat ik écht niet meer weet waar ik het aan uit heb gegeven maar ook écht heel graag bakblik zus en wasverzachter zo MOET kopen. Nee, voortaan krijg ik huishoudgeld!
Het mag dan het toppunt van truttigheid zijn - mijn moeder kreeg het ook, in briefjes nog wel -, we zijn nu een maand verder en ik moet zeggen: het werkt dus wel. Ik voel me de koningin te rijk met al dat geld wat IK uit mag geven aan wat ik maar wil. Als we maar elke dag te eten hebben. En voor manlief is het een hele zorg minder dat ik geen ongelimiteerde toegang meer heb tot onze geldmijn. Maar nu het antwoord op de vraag der vragen: is het gelukt? JA! Deze maand heb ik alle eindjes stevig aan elkaar vastgeknoopd.
Een kleine bijkomstigheid van deze methode is dat ik ineens een zesde zintuig heb gekregen voor acties, koopjes en spaarpunten. Onze vriezer is tegenwoordig tot de nok toe gevuld sinds ik het geheim van voordeelverpakkingen heb ontdekt. En het eerste koekblik met spaarzegeltjes is een feit. Ik kan niet wachten tot ik mijn kaart vol heb en mijn prijs in ontvangst mag komen nemen bij de Albert Heijn. De beloning voor wekenlang sparen, de waarde van 500 zegeltjes: 54 euro handje contantje. Yihaaa, we worden rijk!
Een ding, he, nu we toch op de old fashioned huishoud-toer gaan: ik heb nou wel eens een bos bloemen verdiend.  |